Hoe ziet een dag er uit?
8.20 uur Er is surveillance aanwezig bij het aankomen van de kinderen op school. 8.25 uur Kinderen mogen naar binnen Kinderen gaan plannen Er is gelegenheid om te plannen met kinderen uit andere mentorgroepen 8.30 uur Start lestijd; kinderen moeten aanwezig zijn 8.35 uur plannen + mentortijd 8.50 uur Instructie rekenen 9.30 uur Instructie taal 10.10 uur Tussendoortijd 10.15 uur Pauze; de kinderen gaan naar buiten. 10.30 uur Werkplektijd 11.15 uur Wisselmogelijkheid werken in diverse werkplekken 11.45 uur Mentortijd 12.00 uur Middagpauze 13.00 uur Er is surveillance aanwezig bij het aankomen van de kinderen op school. 13.05 uur Kinderen mogen naar binnen Melden in de mentorgroep bij de mentor 13.15 uur Werken in diverse werkplekken 13.45 uur Wisselmogelijkheid Werken in diverse werkplekken 14.15 uur Wisselmogelijkheid Werken in diverse werkplekken 14.45 uur Mentortijd 15.15 uur Einde schooldag Waar zijn de kinderen mee bezig? Drie keer per dag staat mentortijd gepland. De mentortijd is bedoeld voor praktische zaken zoals het controleren van de aanwezigheid van de kinderen en het doorgeven van informatie. De mentor bespreekt met de kinderen de planning; wat is er allemaal te doen vandaag, wat heb je gepland? enz. Bij een eenzijdige keuze kan de mentor hierover in gesprek gaan met de kinderen. Daarnaast is er ruimte voor kringactiviteiten, zoals: § actualiteiten § voorlezen § complimenten (stop-denk-doe en zonnetje van de week/dag) § evaluatie § vertellen Plannen Kinderen plannen ’s ochtends wat ze die dag willen doen. Daarvoor gebruiken ze het planformulier. Dit formulier wordt elke dag gemaakt. Er staat op welke werkplekken open zijn en welke workshops, verjaardagen, excursies of andere bijzonderheden er die dag zijn. Kinderen geven aan welke werkplekken ze gaan bezoeken. Tevens proberen ze zoveel mogelijk te plannen wat ze in de werkplek gaan doen. ’s Ochtends voor de eerste mentortijd, van 8.25 uur tot 8.35 uur hebben de kinderen de mogelijkheid om samen te plannen met kinderen uit andere mentorgroepen. Tijdens mentortijd bespreekt de leerkracht eventuele onduidelijkheden op de planning. Kinderen mogen hun planning alleen wijzigen met een geldige reden en na overleg met een leerkracht. De mentor evalueert de dag met de kinderen in de laatste mentortijd. Kinderen die moeite hebben met het plannen krijgen hierbij hulp, bijvoorbeeld door het maken van een weektaak, plannen in dagdelen, etc. Instructie workshops In de bovenbouw vinden de instructies plaats na de mentortijd. Van 8.50 uur tot 9.30 uur wordt er op 4 niveaus rekeninstructie gegeven. Van 9.30 uur tot 10.10 uur wordt er op 4 niveaus taalinstructie gegeven. De kinderen zijn ingedeeld in een bepaald niveau en volgen die instructie. De mentor bepaalt welk niveau van instructie het kind volgt. Na elk blok (4 weken) wordt er vanuit de methode een toets aangeboden om te controleren of de kinderen de stof voldoende begrepen hebben. In de onderbouw verwerken de kinderen de stof ook nog gedeeltelijk tijdens de instructietijd. In de bovenbouw wordt dat op een ander tijdstip gedaan. Kinderen van de onderbouw en bovenbouw hebben beiden de mogelijkheid om instructies in een andere bouw te volgen, mocht dit nodig zijn. Dit kan gemakkelijk zijn als er bijvoorbeeld bovenbouwkinderen zijn die de stof van de onderbouw (of een gedeelte daarvan) nog een keer moeten herhalen. Of andersom, als er onderbouwkinderen zijn die de stof van de bovenbouw (of een gedeelte daarvan) al aan kunnen. Dit gaat altijd in overleg met de mentor, de onderbouw- of bovenbouwleerkrachten en de ouders. Naast de instructieworkshops kan er op elke werkplek instructie gegeven worden aan kinderen die dat nodig hebben. Zo kan een kind in de rekenwerkplaats extra instructie krijgen over stof die het kind nog niet begrepen heeft. Bovendien kunnen er in de werkplekken (verplichte) workshops gegeven worden. Werken in de werkplekken Hieronder volgt een korte beschrijving van de diverse werkplekken. Bibliotheek De kinderen vinden hier leesboeken, informatieboeken, methodeboeken en computers. De bibliotheek is een stille werkplek ; kinderen werken rustig aan bijvoorbeeld taken, grote klussen, lezen, etc. Taalwerkplaats De werkplek is verdeeld in verschillende hoeken ; spelling, schrijven, themahoek, computerhoek, luisterhoek, taalspellen, taal-doe-hoek met creatieve opdrachten, taalboekenhoek, etc. De taalwerkplaats is een stille werkplek; kinderen werken rustig aan allerlei taaltaken. Rekenwerkplaats In deze werkplaats zijn verschillende materialen te vinden die horen bij rekenen: rekenspellen, werkbladen, rekenmethodes, computer, etc. Er is een speciale rekenkast met daarin werkjes die aansluiten bij de leerlijn rekenen. De rekenwerkplaats is een stille werkplek; kinderen werken rustig aan allerlei rekentaken. Ontdekken Het ontdeklokaal is verdeeld in hoeken; themahoek aardrijkskunde, geschiedenis en natuur. Een laboratorium voor allerlei proefjes, constructiehoek, computerhoek, spellenhoek, techniekhoek, etc.
De vakgebieden aardrijkskunde, geschiedenis en natuur worden aangeboden d.m.v. thema’s. Er is een overzicht per leerjaar waarop alle thema’s die volgens de kerndoelen aan bod moeten komen, vermeld staan. De thema’s zijn uitgewerkt op verschillende niveaus en er is rekening gehouden met de verschillende manieren van leren van kinderen d.w.z. er zijn creatieve opdrachten, doe-opdrachten, zoek-opdrachten, schrijfopdrachten, etc. Voorbeelden van thema’s zijn vulkanen, oorlog, de boerderij, het lichaam van de mens, de ijstijd, enz. Theater & muziek Op de planning is te zien of de werkplaats open is voor muziek of voor theater. Als kinderen een toneelstuk of poppenkast willen doen, kunnen ze dit van te voren voorbereiden in bijvoorbeeld de taalwerkplaats.
Doen&Maken Kinderen kunnen zich hier op een creatieve manier ontwikkelen. Er zijn verschillende hoeken in het lokaal o.a. tekenen, schilderen, werken met hout en klei (knutselen grof), werken met textiel, werken met papier(knutselen fijn). Er kunnen ook workshops gegeven worden door de leerkracht. Er is een jaarplanning waarbij telkens weer andere technieken centraal staan in het lokaal. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan verschillende kunstenaars. Bewegen Kinderen kunnen bijna elke dag kiezen om deel te nemen aan een gymles. Er komen diverse spelen, toestellen en technieken aan bod. We nemen ook dit jaar deel aan een sportproject van de gemeente waarbij de aandacht wordt gevestigd op de diverse sporten die er zijn. Op één moment in de week is er een ‘jongere kind’-gymles. Tevens is er een keer in de week een speciale ‘Kidsswingles’ waarbij de kinderen bewegen op muziek. Tijdens alle gymlessen wordt er rekening gehouden met verschillen in niveau en leeftijd. Gymtijden: Maandagmorgen (jongere kind) Dinsdagmorgen Woensdagmorgen Donderdagmorgen Vrijdagmorgen (kidsswing) Keuken & restaurant De kinderen hebben de gelegenheid om op school te koken als onderdeel van een grote klus. Kinderen moeten van te voren een plan maken; wat gaan ze doen, wat hebben ze nodig, etc. Ze moeten zelf een ouder of een andere hulp regelen die ze kan helpen bij het uitvoeren van het plan. Weekschema werkplekken
Zie bijlagen voor een voorbeeld van een weekschema met daarop de bezetting van leerkrachten in de werkplekken. Op deze vaste tijden zijn de werkplekken open. Winkeltijd
Om het werken met andere en nieuwe materialen te stimuleren, is er in de bovenbouw een zogenaamde winkeltijd. In de werkplekken; rekenwerkplaats, taalwerkplaats, bibliotheek en in ontdekken zijn etalages te vinden waar (nieuwe) materialen extra belicht worden. De leerkracht kan workshops geven, een spel uitleggen, samen spelen, enz. In de winkeltijd mag er gewerkt worden met de materialen die in de etalage staan of met andere materialen uit de werkplek, er mag op dat moment NIET gewerkt worden aan andere vakken. Verschillende “clubs”
Soms heeft een kind een handelingsplan nodig om wat extra te oefenen met een bepaald vak. In de bovenbouw krijgen sommige kinderen te maken met verschillende clubs; Leesclub – begrijpend leesclub – spellingclub – rekenclub. Tijdens deze clubs worden de handelingsplannen uitgevoerd. De kinderen krijgen dus op dat moment extra begeleiding bij datgene wat ze moeilijk vinden. De clubs zijn verplicht en ouders worden altijd op de hoogte gesteld wanneer een kind lid is van een club. Tevens is er een plusklas rekenen en taal, hier krijgen de kinderen die beter zijn in rekenen of in taal extra uitdaging. Grote klus Grote klussen worden alleen aangeboden in de bovenbouw, in de onderbouw starten de oudere kinderen op kleinere schaal met grote klussen. Een grote klus is een activiteit:
Kinderen moeten minimaal 1 grote klus afronden tussen 2 schoolvakanties in. Ze mogen er alleen aan werken of samen. De mentor beoordeelt en bespreekt de grote klus met het kind. Iedere periode wordt er één grote klus met een bepaald thema aangeboden in de hele bovenbouw. Zo kunnen ook de kinderen die het misschien nog moeilijk vinden om een grote klus zelfstandig uit te werken, sowieso een grote klus afronden. Werken rondom een thema In de periode tussen twee vakanties staat telkens een ander thema centraal. Rondom het thema vinden kringactiviteiten plaats, worden excursies georganiseerd, maken de kinderen grote klussen, worden workshops gegeven, enz. Taken Alle kinderen krijgen te maken met taken. Als de taak af is, kan deze afgetekend worden door een leerkracht. De taken staan dagelijks vermeld op de planning van de kinderen. De mentor ziet er op toe dat de kinderen hun taken afmaken en dat ze voldoende en goede taken hebben waar ze mee vooruit kunnen. Weddenschappen In de bovenbouw sluiten mentoren weddenschappen af met de kinderen. De mentor daagt de kinderen hierbij uit om iets te gaan oefenen, uitvoeren of afronden binnen een bepaalde periode. Hierbij worden activiteiten gekozen die aansluiten bij de naaste ontwikkeling van het kind. Voorbeelden van weddenschappen zijn: extra oefenen met lezen, het inoefenen van de tafeltjes, het leren van de topografie van Europa, enz. Toetsen Als de kinderen of de mentoren willen weten of ze bepaalde stof begrepen hebben, kunnen ze vragen om een toets. In de werkplekken zijn (vaak methodegebonden) toetsmappen aanwezig met daarin allerlei toetsen op verschillende niveaus. Ook om te kijken of een kind een weddenschap behaald heeft, kunnen de mappen worden gebruikt. Daarnaast worden per blok tijdens de instructietijd toetsen afgenomen die aansluiten bij de leerlijnen. Dit om te kijken of de kinderen de stof van de instructies hebben begrepen. Workshops Regelmatig worden er workshops gegeven op de diverse werkplekken. Workshops kunnen worden gegeven door leerkrachten, kinderen, ouders, stagiaires of experts van buitenaf. Het doel van een workshop kan zijn het wekken van de interesse van de kinderen of voor het uitwerken van een bepaald onderwerp/thema, bijvoorbeeld van een grote klus, een thema uit ontdekken, taal of rekenen. Voorbeelden van mogelijke workshops zijn EHBO, hoe maak je een werkstuk, computercursus PowerPoint, solderen, leren leren, enz. Excursies Er worden excursies georganiseerd door school. De excursies kunnen als doel hebben het onder de aandacht brengen van een bepaald onderwerp of thema of het in de praktijk bekijken van het geleerde. Daarnaast kunnen kinderen in de bovenbouw zelf excursies organiseren bijvoorbeeld als onderdeel van een grote klus. Kinderen moeten de excursie zoveel mogelijk zelf voorbereiden; afspraak maken, vragen opstellen, kijkwijzer maken, etc. De kinderen maken eerst een plan en bespreken dit met de mentor. Als deze het plan goedkeurt, wordt de excursie op de intekenlijst geschreven. Als er meer dan 15 kinderen deelnemen aan de excursie wordt er een leerkracht vrij gepland om mee te gaan. Voor kleinere groepen vragen wij ouders om de kinderen te begeleiden. Presentaties/ spreekbeurten Kinderen worden gestimuleerd om gemaakt werk te laten zien. Dit kan zijn d.m.v. een tentoonstelling, een presentatie, een verslag, enz. Kinderen moeten van te voren intekenen wanneer ze de presentatie willen houden. De leerkrachten zorgen dan dat er ruimte is en materiaal klaar staat, bijvoorbeeld het digitaal schoolbord. De organisatie, regels en afspraken in de praktijk
Regels Op onze school staan vijf regels centraal. Onze regels zijn: · We laten elkaar rustig werken. · We helpen elkaar. · We zorgen voor de veiligheid van onszelf en anderen. · We zorgen goed voor de spullen. · Conflicten lossen we pratend op. Bovendien besteden we regelmatig aandacht aan “Stop – denk – doe!” voorbeelden: letten op je jezelf, begin de dag goed, spullen netjes opruimen, iedereen hoort erbij enz. Daarnaast zijn er in bepaalde werkplekken, zoals de gymzaal en doen&maken wat extra regels om alles zo praktisch en veilig mogelijk te laten verlopen. Omgaan met elkaar Wij vinden het belangrijk dat er een goede sfeer is in de school, waarin kinderen veilig kunnen werken. De sociale omgang met elkaar bevorderen we op verschillende manieren zoals het consequent toepassen van regels en afspraken, het bevorderen van sociale vaardigheden o.a. tijdens mentortijd. Wanneer blijkt dat een bepaalde groep extra aandacht nodig heeft op dit gebied, kunnen er ook speciale workshops gegeven worden om het pedagogisch klimaat te verbeteren. Mentoren hebben regelmatig overleg zodat er op één lijn gewerkt wordt. Wanneer ouders ergens tegenaan lopen, neem dan contact op met de mentor of bouwcoördinatoren, zodat school eventueel stappen kan ondernemen. Het goed omgaan met elkaar is iets wat ouders, kinderen en school samen moeten doen! Omgaan met materialen In de bovenbouw krijgen de kinderen aan het begin van groep 5 een gevulde etui. Dit etui bevat: kleurpotloden, een vulpen (met sticker waar de kinderen de gehele bovenbouwtijd mee werken, deze wordt dus gegeven in groep 5), een potlood en een gum. Een potlood krijgen de kinderen alleen nieuw als het OP is, niet als ze het kwijt zijn! In dat geval moeten de kinderen zelf voor nieuw materiaal zorgen. Op de werkplekken wordt zorgvuldig omgegaan met de gezamenlijke materialen zoals scharen, linialen en papier. Er wordt veel aandacht geschonken aan het opruimen. De kinderen nemen hun map of tas met spulletjes en etui mee naar elke werkplek waar ze gaan werken. Ze kunnen er echter ook voor kiezen om hun hele laatje mee te nemen zodat ze alle spullen direct bij de hand hebben. Naast de schrijfmaterialen die er op de werkplekken aanwezig zijn, zijn er ook nog allerlei andere materialen binnen een school te vinden, denk aan boeken, spellen, enz. Het kan natuurlijk altijd zijn dat er iets kapot gaat, we leren de kinderen zuinig om te gaan met materialen en wanneer iets per ongeluk stuk gaat, wordt het door school vergoed. Wanneer echter materiaal doelbewust kapot wordt gemaakt, verwachten wij van de ouders dat de materialen (eventueel door de verzekering in te schakelen) vergoed worden. Wanneer kinderen van elkaar iets bewust of onbewust kapot maken, dan wordt dit door de ouders onderling geregeld via hun verzekering. Speelgoed van thuis Zoals hierboven is beschreven is er op school genoeg materiaal aanwezig. Mochten de kinderen materiaal of speelgoed van thuis meenemen, dan gebeurt dit geheel op eigen risico! De school is niet aansprakelijk voor eventuele beschadigingen of diefstal! Wisselen In de bovenbouw is er een mogelijkheid voor de kinderen om te wisselen van werkplek; Een uitzondering hierop zijn de werkplekken bewegen en doen&maken. Hiervoor kiezen de kinderen de hele ochtend (van 10.30 tot 11.45) of de hele middag (van 13.15 tot 14.45, doen en maken minimaal 1 uur). Binnen de werkplekken mogen kinderen wel wisselen van hoek of werk. Kinderen zijn niet verplicht om te wisselen. Om de wisselingen zo rustig mogelijk te laten verlopen, zijn de leerkrachten tijdens het wisselen op de gang. Rust in school
In de onderbouw en in de bovenbouw zijn er zogenaamde rustige werkplekken, zoals bijv. de bibliotheek, taalwerkplaats en rekenwerkplaats. De kinderen werken zoveel mogelijk stil. Er is wel gelegenheid om samen te werken en vragen te stellen. In de bovenbouw zijn er verschillende werkplekken regelmatig gereserveerd als stilteplek. Kinderen mogen in dit lokaal niet praten, geen vragen stellen of samenwerken. Als ze vragen hebben, bewaren ze deze tot na het half uur stilte. Tijdens wisseltijden wordt de gang goed in de gaten gehouden door de leerkrachten om de wisselingen zo rustig mogelijk te laten verlopen. Kinderen mogen zonder toestemming niet op de gang komen of naar gesloten werkplekken gaan. Computergebruik In de meeste werkplekken kunnen de kinderen gebruik maken van de computer. Alle kinderen hebben een eigen inlognaam. Onder hun eigen naam kunnen ze gebruik maken van verschillende computerprogramma’s. Daar hebben de kinderen ook de mogelijkheid documenten te bewaren. Basisschool de Windroos heeft een eigen startpagina: windroosstart.fstaals.net. Hier brengen de leerkrachten interessante websites onder de aandacht van de kinderen, bijvoorbeeld websites die horen bij een bepaald thema of vakgebied. Kinderen mogen alleen werken met internet via de windroosstart pagina. Wanneer zij op een andere website willen werken, vragen zij dit aan de leerkracht! Zo willen we voorkomen dat kinderen op websites komen die niet geschikt zijn voor school. Kinderen mogen maximaal een half uur achter elkaar op de computer werken. Ze mogen met maximaal 2 kinderen aan 1 computer. Kinderen die de computerregels overtreden krijgen een computerverbod voor een bepaalde tijd. De leerkrachten kunnen op de computer zien met welke programma’s de kinderen hebben gewerkt. Aanwezigheidscontrole ’s Ochtends tijdens de mentortijd om 8.30 uur, wordt gecontroleerd of iedereen aanwezig is. ’s Middags gaan de kinderen van de onderbouw meteen naar de keuzewerkplekken. De leerkracht van de betreffende werkplek, geeft door aan de mentor als een kind afwezig is. ’s Middags gaan de bovenbouw kinderen om 13.10 uur naar binnen, naar hun eigen mentorgroep. Om 13.15 uur starten de werkplekken. Als kinderen niet zijn afgemeld en niet aanwezig zijn, wordt er naar huis gebeld, dit kan niet altijd meteen maar we proberen zo snel mogelijk contact te krijgen. Bij afwezigheid of regelmatig te laat komen, wordt dit gemeld bij de leerplichtambtenaar. Zie hiervoor ook 6.2 verzuim. Kinderen mogen onder schooltijd niet weg van school, de excursies uitgezonderd. Surveillance Voor de kinderen gaat om 8.20 uur en 13.05 uur de deur open. De kinderen mogen dan naar binnen. De kinderen van de bovenbouw komen alleen naar binnen. Voor schooltijd en tijdens de pauze wordt er altijd gesurveilleerd op de speelplaats. Tijdens het wisselen van werkplekken houden de leerkrachten toezicht op de gang. Na schooltijd lopen alle mentoren mee naar beneden met de kinderen om op die manier toezicht te houden op de gang, bij de kapstokken, buiten en bij de fietsen. Bovenbouwagenda Wij gebruiken in de bovenbouw een speciale agenda om alle activiteiten zoals workshops, presentaties, verjaardagen en excursies goed in te kunnen plannen. Als een kind een workshop, presentatie o.i.d. wil doen, gaat dit altijd in overleg met een leerkracht. Deze noteert dit dan in de bovenbouwagenda. Ook staan de geplande instructies in de bovenbouwagenda. Alles wat in de bovenbouwagenda staat, komt voor de kinderen op de dagplanning. Bezoek onderbouw/bovenbouw Kinderen van de onderbouw mogen af en toe komen “oefenen” in de bovenbouw. Kinderen van de bovenbouw mogen af en toe naar de onderbouw om daar te werken of te helpen. De mentor van het kind bepaalt of het kind naar de andere bouw mag. In overleg met de mentoren van boven- en onderbouw wordt dan bepaald aan welke taken of in welke werkplekken er gewerkt wordt. Daarnaast gaan een aantal kinderen ook tutorlezen; kinderen uit de bovenbouw gaan samen lezen met kinderen uit de onderbouw onder begeleiding van een leerkracht. |